Even een parabel: Stel, hé? Dat er een boom voor je huis groeit. Heel hoog. Hij staat direct voor je raam, en hij breidt zijn beschermende bladeren uit over heel het voorfront van je huis.

Wat je lief is

Stel, dat hij er al jarenlang staat, heel veel jaren, al die tijd dat jij er woont, want jíj woont er óók al jaren.
Je houdt van deze boom, je bent met hem vergroeit. Alle seizoenen maak je met hem mee. Iedere herfst zie jij zijn bladeren vallen, en iedere winter zie je, hoe zijn droge takken in de lucht heen en weer deinen.
Je hangt er boomhuisjes in, voor de vogels die in de winter hier blijven en in de omliggende tuinen minder voer vinden.
En na iedere slepende winter weet jij door hem, wanneer er hoop komt op de volgende lente.
Je woont op twee hoog, en je vindt het ieder jaar weer zo razend knap, hoe jouw boom erin slaagt om het drijvende levenssap uit de aarde te zuigen, en deze de hele de lange stam omhoog en door de grote takken te stuwen. Hoe hij deze naar de uiteindes van de takjes weet te dirigeren om daar de knoppen laat groeien. Dikker en dikker, totdat zij op een dag knappen, en de jonge bladertjes zichtbaar worden. Deze dag is voor jou ieder jaar HET teken, dat de lente is begonnen. En je viert hem altijd met deze boom samen, door hem met bewonderende gedachtes te complimenteren voor zijn stuntwerk.
Dus zo een boom.

De kettingzaag

En stel dan, hé, dat je – naar, zeg maar zo’n zeventien jaar – op een mooie dag naar huis komt, en een enorm doordringend geluid hoort. Een heel erg naar geluid. Je weet gelijk wat dit voor geluid is, en toch ren je naar het raam om met eigen ogen te zien, waarvan jij al weet, dat het gaande is.
En je ziet een man in jouw boom hangen, met een grote kettingzaag.
“Die boom is ziek!” roept hij jou vanuit de takken van jouw boom toe, welke hij met touwen vast heeft gebonden zodat zij niet op de balkons en ramen van de omliggende huizen zouden slaan, als zij vallen.
Want zij zullen vallen, dat is de bedoeling.
Niet jouw bedoeling, maar die van de man.
En het doet je pijn, je verbeeldt je, dat het de boom ook pijn doet, dat hij het uitschreeuwt van de pijn. Dat hij jou om hulp roept, want hij wordt nu geslacht.
“Hij moet er helemaal aan” roept die kettingzaagman. “Te lang geworden! Dat gaat niet langer goed!”
En je kijkt naar beneden langs de stam, en je merkt voor het eerst op, da hij voor zijn hoogte een erg dunne, lange stam heeft.
Dat het inderdaad wonderlijk is dat hij met al zijn blader- en takkenpracht niet al lang om is geknakt, of bij een van de vele herfststormen op je eigen dak is gevallen. Je had er niet bij stil gestaan, want je had steeds alleen maar met zijn kroon te maken gehad.
En je begrijpt, dat het nu tijd is om die boom los te laten.

Loslaten

En je fluistert vanuit je raam lieve woorden tegen die boom, je bedankt hem voor het samenzijn in al die jaren, zeventien jaren lang, voor zeventien lentes die hij jou aankondigde, voor alle fases in je eigen leven ook, waarvoor hij het decor is geweest. Voor al die mensen, die hij door jouw raam jouw leven binnen heeft zien komen- en weer gaan. Voor alle bruisende feestjes waar hij noodgedwongen naar heeft geluisterd, voor alle momenten van eenzaamheid en verdriet die jij alleen hebt doorstaan en waarvan alleen hij – samen misschien met je keukenmeubilair – de stille en trouwe getuige is geweest.
En nadat je afscheid van hem hebt genomen ga je het huis uit, boodschappen doen of zo, omdat jij er niet zo goed tegen kan.
En als je een paar uur later naar huis komt, merk je dat er iets is veranderd.
Je kan er eerst niet de vinger op leggen, maar dan realiseer je je, dat het lichter is in je huis.
Je kijkt of je het licht aan had laten staan, maar dat is niet het geval, en als je naar het raam gaat begrijp je, dat het daglicht is.

Het nieuwe uitzicht

Het raam uitkijkende kan je je ogen niet geloven, want wat je ziet, is kompleet verrassend. Daar, waar de boom was, is nu niets meer. In de plaats daarvan is het zicht vrij gekomen op een heel parklandschap.
Je had geen idee dat dit achter de boom zat. Of je had er eigenlijk wel een beetje een idee van, maar omdat de boom er zo voorzat, was je het ook een beetje vergeten. Je had er ook niets mee te maken.
Maar nu geniet je van het ver kunnen kijken in dat parklandschap en de helderheid en het nieuwe licht in je eigen huis.
En ondanks dat je de boom zo lief hebt gehad, en ook zo ontzettend aan hem gewend was, voel je een gevoel van opluchting. Je voelt je er bijna schuldig over, maar is er geen twijfel over mogelijk, je hebt er iets door gewonnen. Ruimte, licht, een prachtig uitzicht. Het is eigenlijk ontzettend fijn. En je voelt ook, dat dit goed is, dat de boom zijn tijd heeft gehad.
Zo was het, verleden week.

Wat laat jij los?

Een parabel, zei ik. Want zo gaat het vaak, toch? Dat wij enorm gehecht zijn aan iets in ons leven? Iets, dat ook werkelijk van betekenis voor ons is, en waarbij wij – gewoon doordat het er altijd IS en altijd was – nooit op het idee zouden komen, dat het ons misschien het zicht belemmerd op iets groters? Een grotere ruimte, een ruimere realiteit, een groter perspectief?
We hebben het niet in de gaten. We hebben niet in de gaten, hoeveel meer ruimte er voor ons is.
We hebben ook niet in de gaten wat wij allemaal accepteren als deel van ons, terwijl het niet per se van ons is, maar gewoon al heel lang BIJ ons is.
En we laten zeker niet altijd uit vrije wil los.
Soms moet er een man met een kettingzaag komen, om het ons te tonen. Om ons te dwingen om los te laten wat ons in de weg staat, meer licht en ruimte in onszelf toe te laten. Wat laat jij deze herfst los?
Welke overtuigingen, gevoelens, oordelen, conclusies over jezelf en anderen ben jij bereid om opnieuw te onderzoeken op hun bijdrage aan jouw leven?
En hoeveel ruimte, licht en perspectief ga jij voor jezelf creëeren?

Ik wens jullie een hele fijne herfst!
Liefs,
van
Judika

 Wil je op de hoogte worden gehouden van mijn aanbod (sessies/trainingen), en de éérste zijn, die mijn blogs te lezen krijgt? Schrijf je dan hier in!